|
|
|
Onfatsoenlijk
|
Ik kan mij geweldig opwinden over de schandalige manier waarop ABN AMRO zich heeft meester gemaakt van de collectie van het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek. Bij nacht en ontij werden de schilderijen in vrachtauto’s geladen en afgevoerd. Om geen tijd te verliezen werden de doeken in bolletjesplastic verpakt en niet in kisten, zoals behoort bij belangrijke werken. Dat getuigt bepaald niet van respect voor kunst, zoals de hele operatie respectloos was, inclusief het idiote tijdstip waarop zij werd uitgevoerd. Natuurlijk heeft de bank gezien de situatie waarin het ingestorte imperium van Dirk Scheringa zich bevindt, recht op de collectie. Die is immers het onderpand voor een hypotheek van 32 miljoen voor de financiering van het enorme pand in Opmeer, waarin Dirk Scheringa zijn museum wil(de) onderbrengen; de bouw is sinds enige weken gestaakt. De overval – ik kan geen ander woord verzinnen voor deze wildwest vertoning – vond plaats in de voormalige huishoudschool in Spanbroek, waarin het museum nu (nog?) gevestigd is. Had dit niet anders gekund? Bijvoorbeeld in de vorm van een formele beslaglegging, waarbij de schilderijen in hun eigen omgeving toegankelijk konden blijven voor kunstliefhebbers. Volgens eigen zeggen besloot ABN AMRO tot de overhaaste manoeuvre omdat zij bang was dat de belastingdienst via een bodembeslag met de werken aan de haal zou gaan.
Waar gaat het precies over? Uit het gebouw in Spanbroek, dat door Dirk Scheringa werd verbouwd tot museum, eerst met als naam het Frisia Museum, nu Scheringa Museum voor Realisme, zijn circa 1300 schilderijen, beelden en tekeningen weggehaald. Verzekerings- of vervangingswaarde 46 miljoen; dat bedrag zal bij veiling vermoedelijk bij lange na niet worden gehaald. De werken zijn van wisselende kwaliteit, soms top, vaak redelijk, niet zelden inferieur. De collectie schetst een opmerkelijk beeld van Dirk Scheringa als verzamelaar en als fenomeen in het culturele spectrum. In eerste instantie liet hij zich meeslepen door zijn voorkeur voor het magisch realisme met aankopen van (o.a.) Carel Willink (31 schilderijen!), Dick Ket, Raoul Hynckes en Pyke Koch. Je zou die affectie kunnen omschrijven als burgerlijk, omdat zij meer gericht was op uiterlijk vertoon (net echt!) en vakmanschap dan op spiritualiteit. Dat neemt niet weg dat Scheringa uit het panorama van het magisch realisme behalve middelmatige werken ook topstukken heeft verworven.
In een later stadium vergrootte hij zijn actieradius en was er onmiskenbaar sprake van een groeiend lwaliteitsbesef. De collectie won aan betekenis door de inbreng van de vroegere directeur Emily Ansenk (nu directeur van de Kunsthal) en de huidige directeur Bella van der Giessen. Zij moesten wel bij Scheringa in de pas lopen; die bezat bij elke aankoop het vetorecht. Het heeft geleid tot het verwerven van werken van internationale meesters als Giorgio de Chirico, Lucian Freud (de duurste levende kunstenaar), Marlene Dumas, Michael Raedecker en Rineke Dijkstra. Rond sommige schilderijen hangt een waas van mysterie. Zo zou ‘La Musicienne’ van Tamara de Lempicka (1929) door Dirk op een veiling zijn weggekaapt voor de neus van Madonna. Dit fantastische werk, uniek in Nederland, werd dit jaar uit het museum gestolen en is nog steeds zoek.
In het museale circuit wordt neerbuigend gedaan over de collectie. Ten onrechte. Zij heeft veel meer waarde dan in die kringen wordt beweerd. Niet voor niets riep voorzitter Martijn Sanders van de Vereniging Rembrandt het ministerie van WVC op om voor een jaar de rente op de schuld aan ABN AMRO voor zijn rekening te nemen. Zo wil hij tijd winnen om een oplossing te vinden voor de door hem als ‘waardevol’ gekwalificeerde collectie. De conclusie is dat de onfatsoenlijke actie van de bank in ieder geval heeft geleid tot discussie en tot dit constructieve voorstel. De oplossing zou gevonden kunnen worden in het megalomane gebouw in Opmeer, dat bijna voltooid is. Dat lijkt met zijn wat potsierlijke architectuur op maat gesneden voor de curieuze verzameling van Dirk Scheringa, avonturier op vele fronten.
Jan Harmen
|
|